Opdrachtgever
Nummer van de Dag
Gepubliceerd
2 jun 2013
Originele publicatie
Opdrachtgever
Nummer van de Dag
Gepubliceerd
2 jun 2013
Originele publicatie

Miles Davis - 'Générique'

Onze gastblogger van vandaag schreef vorig jaar een stuk over Roxy Music, lekkere 80s pop uit Engeland, maar neemt ons vandaag nog verder mee terug in de tijd. De jaren 50 en 60 om precies te zijn. Miles Davis is één van de favoriete artiesten van Miriam van Ommeren, hoofdredacteur en oprichtster van cultureel magazine De Optimist én organisator van vele interessante programma’s in De Balie en SLAA in Amsterdam – maar ook ooit bassiste in punk- en hardcorebands Malkovich (2000-2006) en Union Town (2007-2010). Dompel je deze zondag onder in ‘Générique’, je gaat er geen spijt van krijgen.

http://www.youtube.com/watch?v=1MvCnQIAQNM

Parijs, eind jaren 50. Ook wie toen nog lang niet geboren was kan zich een voorstelling maken van het straatbeeld: goedgeklede en gekapte vrouwen, mannen met een hoed. Parmantige Citroëns glijden over de Champs-Élysées. Men rookt met handschoenen aan.
Het is donker, de straat is natgeregend. Er loopt een vrouw over de stoep; ze is blond, mooi, maar haar gezicht staat triest. Haar naam is Florence; zij is getrouwd met de rijke Simon, maar is heimelijk verliefd op diens werknemer Julien. Samen beramen ze een duister plan: Julien zal Florence’s echtgenoot vermoorden. Maar het plan verloopt niet zoals gehoopt en Florence, onwetend van de afloop, zwerft door nachtelijk Parijs, op zoek naar haar minnaar.

Ascenseur pour l’Echafaud
 (‘Lift naar het schavot’) is een Franse film noir uit 1958 van de toen nog vrij onbekende regisseur Louis Malle. De film zorgde niet alleen voor de doorbraak van Malle zelf, maar ook van actrice Jeanne Moreau, die ermee aan haar status van B-actrice wist te ontsnappen en dankzij haar rol in Jules et Jim (Truffauts klassieker uit 1961) uitgroeide tot de koningin van de Nouvelle Vague.

Jeanne Moreau en Miles Davis
Jeanne Moreau en Miles Davis

Ondanks de cultstatus vind ik Ascenseur pour l’Echafaud eigenlijk vrij suf. De beelden zijn mooi en Jeanne Moreau is haar betoverende zelf, maar de film heeft mij nooit echt kunnen boeien. Toch kan ik een aantal scènes dromen, en dat heeft alles te maken met de soundtrack. Die was namelijk in handen van Miles Davis (1926-1991), één van de grootste muzikanten van de twintigste eeuw en misschien wel de belangrijkste jazztrompettist ooit.

Als kleine jongen kreeg Miles door zijn vader een trompet in handen geduwd, and the rest is history. Hij werd een van de grondleggers van de cool jazz, eind jaren 40, nam in 1959 zijn bekendste plaat Kind of Blue op (best verkochte jazzplaat uit de geschiedenis), door het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden uitgeroepen tot national treasure, en was de eerste jazzmuzikant die experimenteerde met rock, funk en electronische muziek, daarmee het fundament leggend voor de fusion-beweging. Davis overleefde meerdere alcohol- en drugsverslavingen maar stierf op 65-jarige leeftijd, ernstig verzwakt, aan de gevolgen van een longontsteking en een beroerte. Zijn discografie is te krankzinnig om samen te vatten, en heeft een eigen Wikipedia-pagina.

Begin jaren 50 reisde Davis voor het eerst naar Europa, en hij was onder de indruk van het muzikale klimaat in Parijs en de positie van zwarte artiesten aldaar, die volgens hem beter was dan in de Verenigde Staten. Hij werd verliefd op de Franse actrice Juliette Gréco en overwoog er te blijven, maar keerde uiteindelijk toch terug naar de VS. Jaren later, in december 1957, ging Davis terug naar Parijs en nam hij, samen met vier Franse muzikanten, de soundtrack op voor de eerste solofilm van een redelijk onbekende Franse regisseur. Er was geen bladmuziek, er waren amper richtlijnen; de film werd voor hen afgespeeld op een scherm en Davis en de sessiemuzikanten begonnen met spelen. Het resultaat was niet minder dan magisch.

Miles Davis is één van mijn favoriete muzikanten; ik heb twee handenvol platen van hem in de kast staan en kan zelfs genieten van zijn fusion werk (in gematigde doses), maar eigenlijk kan niets op tegen deze soundtrack. Mijn exemplaar is er één uit 1964, ooit geleend van mijn vader en nooit meer teruggegeven. De hoes valt bijna uit elkaar en het vinyl is zwaar. De hele (originele) plaat is de moeite waard (niet te verwarren met de later uitgebrachte cd met 26 takes), maar het eerste nummer is één van de allermooiste: ‘Générique’. Zodra de naald in de groef glijdt en de eerste kraakjes te horen zijn draai ik het volume ver open, want dit is een warm bad waarin je je helemaal wil onderdompelen. Ogen dicht en kopje onder in de golven van de muziek, en nog eens, en nog eens, en nog eens…